fbpx

De geschiedenis van de borrelnaam ‘Oorlam’ is behoorlijk ingewikkeld.
Het geeft aan hoe een taal, door de tijd heen, leeft.
Halverwege de 17de eeuw was het voor de Hollanders op Kaap de Goede Hoop de gewoonte
Om alle Europeanen die daar aankwamen met twee Maleise uitdrukkingen te onderscheiden. 

Groentje?

Degenen die regelrecht uit Holland kwamen doopte men orang baroe datang .
Dit betekent: ‘mens die pas is aangekomen, zogezegd een ‘groentje’.
Degenen die uit Indië kwamen en via de Kaap terugkeerden naar huis
kregen de naam orang lama datang,
Met andere woorden: ‘mens die lang geleden is aangekomen, of een ervaren oudgast’.
Dit is uiteindelijk ingekort tot orang lama.
En vervolgens verbasterde het woord naar oorlam.

Borrel

De tijd die de retourschepen aan de Kaap doorbrachten werd oorlammentijd genoemd.
De matrozen verkochten er allerlei gesmokkelde waar.
Zij zetten vervolgens de bloemetjes buiten.
Men leert hieruit dat de oorlammen (de oudgasten) veelal echte liefhebbers van de fles zijn.
Vaak werd met een borrelend geluid de fles geleegd.
Men zal het misschien niet ondenkbaar vinden…
Dat het woord oorlam door het borrelend geluid in het woord borrel is overgaan.
Anders gezegd: de naam oudgast die ”zoop als een ketter”, werd daardoor synoniem met ‘borrelaar’.
En vandaar kreeg oorlam, behalve ‘oudgast’ en ‘bevaren matroos’, de betekenis ‘borrel’.
Oorlam kan dus worden uitgelegd als ‘borrel’; voor iemand die er graag eentje lust.

Oorlamvaatje

Oorlam wordt ook gebruikt voor het rantsoen jenever dat men op vaste tijden aan de matrozen uitdeelde.
Vroeger bewaarde men aan boord van schepen de oorlam in het oorlamvaatje.
Dit is een sierlijk ovalen tonnetje, met een koperen kraan en dito banden.
Een matroos, Dirk Jan genaamd, beschreef in zijn memoires
En hoe er aan het eind van de 19de eeuw op schepen met dit vaatje werd omgesprongen:

Wanneer het ”Tijd van oorlam” was,
’s morgens tegen half twaalf,
wanneer de Schipper ”Handen schoon” ging laten fluiten,
bracht de bottelier eigenhandig het vaatje
met zijn onderstel naar het voorschip toe
om daaruit aan elke rechthebbende
een klein tinnen bekertje jenever
ter inhoud van vijf ‘vingerhoeden’ te schenken.
Op een fluitsein en het bijbehorende commando ‘oorlam’ van de Bootsman,
kwam de bottelier naar voren
en had de uitdeling plaats volgens de scheepsrol,
daartoe door de ‘rollezer’, de helper van de bottelier,
afgeroepen.

Extra oorlam

In later dagen ging de uitdeling baks gewijze.
Bij bijzondere gelegenheden
of als de Schipper tevreden was over hoe de bemanning zich tijdens slecht weer had gehouden,
Men deelde dan een extra-oorlam uit.
Ook het rantsoen jenever dat in men Nederlands-Indië aan soldaten uitdeelde werd oorlam genoemd.

Bij de marine beperkt men het rantsoen jenever in 1846.
In 1895 werd de oorlam zelfs geheel afgeschaft.
Bij het leger gebeurde dat vervolgens in 1917.
In de literatuur wordt de borrelnaam oorlam meestal aangetroffen in kringen van (voormalige) matrozen of schippers.
In het Fries is al in 1835 de uitdrukking gevonden:
Als wij lossen en laden, dan mot er ook een earlam wezen.”

Tekst Barend van Horssen

Meer weten? Kom eens kijken bij het STADSMUSEUM

Kijk ook eens op: HISTORIEK.NET
Hier staat ook een leuke uitleg over aangeschoten zijn…
Foto: Historiek