fbpx

De watersnoodramp van 1953 is de aanleiding geweest voor de bouw van de Haringvlietdam.
Voorafgaand aan de watersnoodramp is er in Zuidwest Nederland sinds mensenheugenis geen grote watersnood geweest.
Ter verduidelijking; De laatste overstromingen waren die van 1906 en 1911.
Men had daarom geen idee van wat een overstroming betekende.
De meeste mensen voelden zich veilig achter de dijken.
Ze vertrouwden op de onfeilbaarheid van “waterstaat“.
Lees hier verder: Waarom de Haringvlietdam?

Overvallen

De watersnoodramp overviel de mensen in veel opzichten.
Veroorzaakt door een zware en langdurige noordwester storm gepaard met springtij ontstond een overstroming.
Een nationale ramp, die, zoals gezegd, plaatsvond in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953.
Het bleek dus de grootste natuurramp in Nederland sinds eeuwen.
Met als gevolg dat het 1835 mensen en duizenden stuks vee het leven kostte.

Stroomgaten

Door de ramp ontstonden in de dijken ongeveer honderd stroomgaten.
Hierdoor begon men onmiddellijk met het herstel.
Zelfs nog gedurende de rampnacht!
Men dichtte in de daarop volgende dagen talloze bressen met zandzakken.
Deze nooddichtingen moesten in de weken erna met steen, matten, kistdammen en scheepjes versterkt worden.
In de loop van 1953 sloot men daarna de 67 stroomgaten met behulp van caissons en ander groot materiaal.

Delta commissie

Op 18 februari 1953 stelde men de Deltacommissie in.
Deze commissie van deskundigen moest de minister adviseren welke maatregelen er noodzakelijk waren.
De commissie was belangrijk om een volgende watersnoodramp te voorkomen!
De commissie werd reeds drie dagen later geïnstalleerd en vervolgens ging men aan het werk.
Al in mei 1953 kwam de commissie met het eerste advies:
Afsluiting van de Hollandse IJssel met een stormvloedkering
Kort daarop adviseerde de commissie tot afsluiting van de Oosterschelde, het Brouwershavens Gat en het Haringvliet.
Het vierde advies omvatte de uitvoering van het ‘Drie Eilandenplan’: het verbinden van Walcheren en Noord-en Zuid-Beverland.
Door de afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek realiseerde men het ‘Drie eilandenplan’..
Het eindrapport van de Delta commissie is eind 1960 gepubliceerd.

Deltawet

Op grond van de adviezen van de Deltacommissie dient het kabinet op 16 november 1955 de ontwerp-Deltawet in.
De tweede Kamer stemt op 5 november 1957 in met de wet.
De eerste Kamer volgt op 7 mei 1958.
Koningin Juliana ondertekent de wet op 8 mei 1957.
Vervolgens volgt in het Staatsblad publicatie.

Deltaplan

Het Deltaplan bestaat uit de aanleg van alle afsluitingswerken in Zuid-West Nederland.
De Deltadienst voert de werken uit.
Er is een onderscheid naar primaire en secundaire afsluitingen.
De primaire afsluitingen liggen in de monding van een zeearm.
Zij moeten een eventuele stormvloed keren.
Hieronder vallen:

  • Stormvloedkering (1954-1958), 
  • Veerse Gatdam (1958-1961),
  • Haringvlietdam (1956-1972), 
  • Brouwersdam (1963-1972), 
  • Stormvloedkering Oosterschelde (1967-1986)

Tegelijkertijd worden ook nog twee verkeersverbindingen aangelegd.
De aanleg heeft nauw met de totstandkoming van bovengenoemde werken te maken.
Maar ze worden niet tot de Deltawerken gerekend.
De Schelde Rijnverbinding is gedeeltelijk aangelegd door de Deltadienst.
En de Zeelandbrug werd gebouwd in opdracht van de Provincie Zeeland.
De watersnoodramp van 1953, is de aanleiding tot het uitvoeren van het Deltaplan.
Hier hoorde ook de aanleg van de Haringvlietdam bij.

Foto: Rijkswaterstaat
Tekst: Bewerkt uit artikel Bob Benschop