fbpx

Dieptepeiling in de Atlantische Oceaan:

Het Continentaal plat rijst steil op uit de diepte van de Atlantische Oceaan.
Het snel afnemen van de diepte is een aanwijzing dat je het Engels Kanaal nadert.
Dat is niet onbelangrijk als je een tijd geen bestek hebt kunnen maken.
Het aanloden van de 100 vadem lijn (183m) was in de zeiltijd een heel gedoe.
Men moest bijdraaien en met het dieplood, of wel peillood, een loding zien te krijgen.
De komst van het echolood maakte dit al een stuk gemakkelijker.
Samen met een radiopeiling op Plonéis in Bretagne had je zowaar iets dat op een bestek leek.
Veel kapiteins van de oude stempel stonden erop dat deze loding in het journaal vermeld werd.

Radar apparatuur onnodig?

Het volgende gebeurde niet zo lang voor ik naar zee ging;
Onze rederij vond radarapparatuur onnodige nieuwlichterij. 
Zo kon het gebeuren dat één van de schepen op de thuisreis van Zuid-Amerika in het Kanaal in de mist terecht kwam.
Dit betekende: vaart terugnemen tot manoeuvreersnelheid.
Verder een extra uitkijk op de brug.
En iedere minuut een mistsein geven en hopen dat je zelf niets hoort.
Tamelijk zenuwslopend.
Bovendien kwam ’s morgens de kapitein op de brug, wat ook niet erg hielp. 

Paniek

Ondanks het “bestek” op de 100 vademlijn, dacht de kapitein dat het schip al onder de Bretonse kust zat.
Zenuwachtig liep hij over de stuurboord brugvleugel, toen hij plotseling in de ochtendschemering hanengekraai hoorde.
“Stop” “Vol achteruit” “We zitten vlak onder de wal”…
Kortom: paniek!

De kip en de haan

Nu wilde het geval dat de rantsoenen aan boord bepaald karig waren.
Om deze met wat extras aan te vullen hadden de maats in één van de laatste havens wat kippen gekocht en een hok voor ze op de kampanje getimmerd.
Als zeelui vonden ze kippen dat alleen niet kunnen.
Zodoende werd er maar een haan bijgedaan.

Tekst: Taco Mesdag

Hoe werkt het peilen met een peillood?

Bij het loden zwaai je het lood (gewicht 3 ½ tot 7 kg) over de kop.
vervolgens gooi je het zo ver mogelijk naar voren.
Het moet de bodem raken voor je voorbij bent en je de diepte kunt aflezen.
Hoe sneller het schip vaart, des te lastiger het wordt.
Daarom is de (hand) loodlijn maar ongeveer 25-30 vadem lang (45-55 mtr).

De hennep lijn is om de vaam gemerkt met een gesplitst touwtje.
Bij 3, 13 en 23 vaam zit een rood stukje vlaggendoek.
Vervolgens bij 5, 15 en 25 een wit en bij 7, 17 en 27 een blauw stukje.
De tientallen zijn gemerkt met leertjes met 1 of 2 gaten.

De diepte werd “uitgezongen”.
D.w.z. hardop geroepen.
Zo hard zodat de stuurman het kon horen.
“Hier ‘zeven vaam’!”
Eventueel met de toevoeging “groot” of “klein”.
Dit als het minder dan ½ vaam dieper of minder diep is.

Onderin het lood zit een holte, de “ziel”.
Waarin vet (talg) gesmeerd kan worden om een monster van de bodem te krijgen.
De grondsoort staat nog steeds in de zeekaart vermeld.

Meer zeemansweetjes krijgt u tijdens een rondleiding bij DROOGDOK JAN BLANKEN